
Cryptobelegger verdient vrijheid om een eigen keuze te maken
3 april 2025
Meer regelgeving om Europese cryptobeleggers te beschermen tegen de gevaren van buiten is geen goed idee, schrijven Berry van Wijk en Lisanne Haarman in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad.
Het pleidooi voor extra regelgeving om zo cryptobeleggers in de Europese Unie beter te beschermen, verdient een genuanceerde repliek (FD, 25 maart). Het voorstel voor extra regelgeving voor partijen die van buiten de EU komen, druist in tegen een basisprincipe van het Europese toezichtrecht. Het is onwenselijk dat we daar afstand van doen.
Dat basisprincipe houdt in dat beleggers de vrijheid hebben zélf te bepalen waar zij hun beleggingsdiensten afnemen. Zij kunnen dus ook kiezen voor een cryptobeurs die niet onder het Europese toezichtrecht valt.
Wanneer een consument ervoor kiest gebruik te maken van een cryptobeurs die diensten aanbiedt binnen de EU, valt hij onder de bescherming van het Europese toezichtrecht. De cryptobeurs dient over een vergunning te beschikken op grond van cryptowetgeving Mi-CAR. Dit brengt verplichtingen met zich mee waar een cryptobeurs doorlopend aan moet voldoen. Europese toezichthouders zien daar streng op toe.
Kiest de consument op eigen initiatief ervoor om te handelen via een cryptobeurs buiten de EU, dan hoeft die beurs niet ineens aan de Europese regels te voldoen.
Wél EU-bescherming
De Europese belegger wordt wel beschermd wanneer deze cryptobeurs van buiten de EU hem actief benadert. De drempel wanneer sprake is van het actief benaderen van EU-beleggers, ligt laag.
Zo is het dagelijkse praktijk dat Nederlandse finfluencers op sociale media reclame maken voor allerlei cryptodiensten. Als een cryptobeurs van buiten de EU via deze finfluencers tóch Europese klanten probeert te werven, dan is het Europese recht van toepassing – én is een vergunning vereist om actief te zijn op de Europese markt. Europese toezichthouders kunnen dan handhaven, om de belangen van burgers te beschermen.
Het is niet wenselijk dat de EU een cryptobeurs buiten de EU aan Europese regelgeving onderwerpt, wanneer deze Nederlandse klanten accepteert die volstrekt op eigen initiatief contact opnemen met deze cryptobeurs. Dat leidt ertoe dat buitenlandse partijen Europese klanten gaan weigeren – wat neerkomt op een verbod voor Europeanen om buiten de EU in crypto te handelen.
Dat is precies niet de bedoeling van de Europese regels. De consument heeft het recht zelf te kiezen waar hij zijn diensten afneemt. Deze vrijheid geldt in de context van crypto, maar in beginsel ook voor ‘reguliere’ beleggingen en andere financiële diensten.
Tussen wal en schip
Het inperken van deze vrijheid is onwenselijk, omdat EU-ingezetenen anders tussen wal en schip belanden wanneer zij financiële diensten nodig hebben van buiten de EU. Denk aan een expat die een beleggingsrekening wil openen in zijn thuisland, of een uitwisselingsstudent in Azië die een bankrekening in het land van herkomst nodig heeft. Die bank zal de uitwisselingsstudent weigeren, als accepteren betekent dat hij anders aan Europese regels moet voldoen.
De consument kan zichzelf beschermen door in het register van de Europese toezichthouders te controleren of de cryptobeurs een MICAR-vergunning heeft. In Nederland is dit de AFM. Hierdoor verzekert de consument zich ervan dat hij gebruikmaakt van een dienstverlener die gebonden is aan Europese regels en toezicht.
Het idee van extra regelgeving lijkt onnodig en in strijd met het recht om zelf te kiezen waar je diensten afneemt. De cryptobelegger kan zich beschermen met de bestaande registers en regelgeving, en misstanden melden aan de AFM.