
2 april 2025
De Eerste Kamer heeft de Wet opheffing verpandingsverboden aangenomen. Het is de verwachting dat de wet per 1 juli 2025 in werking treedt.
De Wet opheffing verpandingsverboden heeft als doel de financieringsmogelijkheden voor ondernemingen, met name het midden- en kleinbedrijf, te verruimen. De kern van de wet is dat een contractueel verbod of beperking ("niet-overdraagbaarheidsbedingen") ten aanzien van de overdracht of verpanding van geldvorderingen uit beroep of bedrijf niet langer geldig is. Dit biedt ondernemers de mogelijkheid om die vorderingen te gebruiken als onderpand voor kredietverlening of voor factoring.
De definitie 'geldvorderingen uit beroep of bedrijf' ("handelsvorderingen") heeft een brede strekking. Dit is niet beperkt tot vorderingen van ondernemers op andere ondernemers of particulieren vanwege geleverde producten of diensten, maar omvat ook vorderingen uit overeenkomsten tussen ondernemers en anderen in het algemeen. Een vordering uit een koopovereenkomst om vastgoed of aandelen te kopen, kwalificeert bijvoorbeeld ook als handelsvordering.
De wet introduceert enkele belangrijke wijzigingen en kent specifieke uitzonderingen.
Belangrijke wijzigingen
De belangrijke wijzigingen bestaan uit:
- Nietigheid van niet-overdraagbaarheidsbedingen: afspraken tussen de crediteur en de debiteur die de overdracht of verpanding van handelsvorderingen uitsluiten of beperken, zijn voortaan nietig. Let op: dit ziet niet op contractsovername; daarvoor blijven de bestaande regels gelden (namelijk: voor contractsovername is medewerking van de wederpartij nodig). Het maakt niet uit of het niet-overdraagbaarheidsbeding goederenrechtelijk of verbintenisrechtelijk is. Het is onduidelijk of een niet-overdraagbaarheidsbeding ook gedeeltelijk nietig kan zijn. Zogenaamde 'negative pledge' en 'pari passu' bedingen tussen de debiteur en een derde blijven mogelijk omdat dit geen afspraken tussen de crediteur en de debiteur van de handelsvorderingen zijn.
- Schriftelijke verplichting: als bij een overdracht of verpanding van handelsvorderingen een mededeling aan de schuldenaar nodig is, moet die mededeling voortaan schriftelijk worden gedaan.
- Overgangsregeling: voor bestaande niet-overdraagbaarheidsbedingen geldt een overgangstermijn van drie maanden na inwerkingtreding. Na drie maanden zijn ook bestaande niet-overdraagbaarheidsbedingen nietig.
Uitzonderingen
Bepaalde handelsvorderingen worden uitgesloten van de Wet opheffing verpandingsverboden:
- Bankrekeningen: vorderingen uit betaal- of spaarrekeningen;
- Syndicaatsleningen: vorderingen onder leningovereenkomsten met meerdere kredietverstrekkers. Leningsovereenkomsten met een enkele kredietverstrekker die zo geschreven zijn dat later meerdere kredietverstrekkers kunnen toetreden, vallen vermoedelijk ook onder deze uitzondering;
- G-rekeningen: vorderingen uit bepaalde geblokkeerde rekeningen die dienen voor afdracht belastingen of premies; en
- Clearingvorderingen: vorderingen van of op clearinginstellingen, centrale banken en tegenpartijen, afwikkelingsinstanties of verrekeningsinstituten.
Praktische implicaties
De Wet opheffing verpandingsverboden biedt ondernemingen en financiers nieuwe mogelijkheden, maar leidt ook tot beperkingen:
Nieuwe mogelijkheden
- Verruimde financieringsmogelijkheden: het wordt eenvoudiger om handelsvorderingen over te dragen of te gebruiken als onderpand. Ondernemingen kunnen handelsvorderingen overdragen via factoring of verpanden aan een bank, ook als dat onder bestaande afspraken is uitgesloten.
- Efficiëntie voor financiers: kredietverstrekkers hoeven minder onderzoek te doen naar de overdraagbaarheid of verpandbaarheid van vorderingen. Als het handelsvorderingen betreft, is overdracht en verpanding mogelijk. Dit verlaagt de risico’s van kredietverstrekkers en levert mogelijk gunstigere leningsvoorwaarden op voor kredietnemers.
Beperkingen
- Verlies van contractuele vrijheid: het uitsluiten van overdracht of verpanding van handelsvorderingen wordt onmogelijk. Een kredietnemer kan bijvoorbeeld niet meer met zijn financier afspreken dat de vorderingen van de financier op hem niet of beperkt overdraagbaar of verpandbaar zijn (tenzij het een syndicaatslening betreft; dan kan het nog wel).
- Administratieve lasten: als een onderneming een mededeling krijgt dat hij een bepaalde vordering aan een ander moet betalen, moet de ondernemer deze mededeling onderzoeken op juistheid en goed in de administratie bijhouden. Voorheen konden ondernemingen die niet-overdraagbaarheidsbedingen hanteerden, dergelijke mededelingen negeren omdat ze niet-overdraagbaarheidsbedingen met de crediteur hadden afgesproken.
Praktijkvoorbeelden
Ter illustratie enkele concrete situaties:
- Groothandel: een leverancier levert goederen aan een groothandel. Zij hebben een niet-overdraagbaarheidsbeding afgesproken. Na inwerkingtreding kan de leverancier deze vordering toch aan een bank verpanden of overdragen voor factoring, waardoor zij sneller kapitaal vrijmaakt voor nieuwe voorraden.
- Bilaterale leningsovereenkomst: een kredietnemer wil niet dat de financier haar vorderingen op de kredietnemer uit de bilaterale leningsovereenkomst kan overdragen aan een derde (bijvoorbeeld aan een zogeheten 'loan shark'). Na inwerkingtreding kan de kredietnemer deze afspraak niet meer met de financier maken. Dit geldt ook voor bestaande afspraken op dit punt nadat de overgangsperiode is verstreken.
Aanbevolen acties
Met het oog op de aanstaande inwerkingtreding (verwacht 1 juli 2025) en de het einde van de overgangsperiode (verwacht 1 oktober 2025) is voorbereiding raadzaam. Overweeg de volgende stappen:
- Analyse van overeenkomsten: inventariseer uw huidige contracten en identificeer welke vorderingen straks overdraagbaar of verpandbaar worden, zowel als crediteur als debiteur.
- Administratieve aanpassingen: voor zover niet al de standaard werkwijze: zorg voor een systeem dat schriftelijke mededelingen bij overdracht of verpanding efficiënt verwerkt en registreert, zodat u straks niet aan de verkeerde partij betaalt.
- Financieringsstrategie: onderzoek hoe u handelsvorderingen kunt benutten voor extra krediet. Overleg met uw bank of een financieel adviseur over de mogelijkheden die dit biedt.
Meer weten over de Wet opheffing verpandingsverboden? Neem dan contact op met Jeroen Vossenberg, Wouter Ekkelkamp, of Derk von Saher.