
News Update Hoge Raad
14 maart 2025
WAMCA: verlenging van driemaandentermijn voor het instellen van gelijksoortige collectieve vorderingen heeft géén algemene werking
Civiel
Voor het instellen van een collectieve actie onder de Wet afwikkeling massaschade ("WAMCA") moet een belangenorganisatie een daartoe uitgebrachte dagvaarding inschrijven in het centraal register voor collectieve acties. Na inschrijving moeten andere belangenorganisatie die op de geregistreerde collectieve actie willen aanhaken binnen drie maanden een eigen dagvaarding uitbrengen en registreren. In een collectieve actie aangespannen tegen het Apple-concern had een tweede belangenorganisatie op de voet van art. 1018d Rv verzocht om verlenging van deze driemaandentermijn. Een derde belangenorganisatie, die Apple buiten de driemaandentermijn had gedagvaard, beriep zich voor haar ontvankelijkheid op de verlenging verleend aan de tweede belangenorganisatie. De rechtbank verklaarde de derde belangenorganisatie niet-ontvankelijk omdat een verlenging van de driemaandentermijn op de voet van art. 1018d Rv geen algemene werking heeft. In sprongcassatie bevestigt de HR dit oordeel: de verlenging van de driemaandentermijn op de voet van art. 1018d Rv betreft een discretionaire bevoegdheid van de rechter. De wijze waarop van die bevoegdheid gebruikgemaakt wordt, zal dus zijn toegesneden op de aangevoerde redenen en situatie van de belangenorganisatie die om verlenging heeft verzocht. Daarom moet volgens de HR worden aangenomen dat een verlenging naar de bedoeling van de wetgever uitsluitend geldt voor deze belangenorganisatie zodat zij geen algemene werking heeft. Die uitleg strookt ook met het ontbreken van een vereiste om de beslissing op het verlengingsverzoek aan te tekenen in het centraal register, aldus de HR.
De HR oordeelt daarnaast dat een collectieve vordering die deels tegen andere rechtspersonen is gericht of wordt ingesteld ten behoeve van een (gedeeltelijk) andere achterban dan de eerdere collectieve vordering, ook kan zien op ‘dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen’ en ‘gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen’ als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv.